Rene's Webstek | rvu.be  

Main Menu
Home
Zeilen
Paul Vinck
Staf Versluys
Radio Amateurs
Vespa
Links
- - - - - - -
Contact
Gastenboek

Hollowshore
Geschreven door Rene   
donderdag 07 augustus 2014


Op een vrijdagavond bij het verlaten van de bar van de jachtclub vroeg een oudere Engelsman waar hij een taxi kon bestellen om hem naar de handelshaven te brengen. Vermits ik die richting uit moest stelde ik voor met mij mee te rijden. Toen ik hem in het donker aan boord bracht van een lange grote boot zij hij “If you come to England You have to visit me in ........” Ik hoorde nog iets van een naam, van een voor mij onbekende stad.
Enkele jaren later vroeg Albert Decrop of ik mee wilde om met zijn boot “Kapitein Bestebustel” naar Engeland te zeilen. Op 10 augustus 1999, een dag dat een normaal mens vanwege de slechte méteo aan boord klusje klaart zijn wij met een “Stijve bries uit het Noord-Westen” naar Engeland vertrokken. De zee was onstuimig met hoge golven, we kregen veel groen water in de kuip. Na enkele uren dreef de plankenvloer, kussens en kleren rond in de boot. Met het overslaande buiswater in zijn gezicht kreeg Bertje dikke rood gezwollen ogen, hij kon ze niet open houden.
Mijn plan was zo hoog mogelijk aan de wind North-Foreland te bereiken om daar vrij van ondieptes en in de luwte van de kust naar Ramsgate af te vallen. Gelukkig had ik voor de afvaart uit Oostende de coördinaten van de haven van Ramsgate geprogrammeerd in mijn klein hand-gpsje zo kon ik aan het roer blijven tot we de haveningang bereikten.
Wij zijn er geraakt. Plezant was anders.
De afvoer van de kuip was afgebroken waardoor de overslaande golven niet in zee geloosd werden maar in de boot liepen. Nadat wij voor de zoveelste keer de boot leegpompten trokken wij naar de bar van de Royal Temple. De President van Engeland, Edward Heath was hier ooit voorzitter. Met liters Guinness werd het zout uit de mond en keel weggespoeld. Bertje was in zijn vorig leven kaaiofficier in Dover en goed gekend in de jachtclubs van Kent. Wij kregen de Royal Suite waar wij elk in een enorm groot bed onmiddellijk in coma vielen. ’s Anderendaags waren we vroeg op om de boot en het beddengoed in stralend zomerzon te drogen. Alsof de weergoden iets tegen ons hadden werd het koud en donker. De zon verdween achter de maan. Het was zonsverduistering, zon-eclips. Nadat wij gezworen hadden nooit van ons leven nog Guinness te drinken zijn we maar weer gaan varen. Het was springtij met uitzonderlijke hoog water. Wij profiteerden om dicht langs de kust voorbij Broadstairs de Theems monding op te zeilen. Zo zagen we duidelijk de villa met kantelen torentje waar Charles Dickens woonde. Met stroming mee zeilden we voorbij Margate, Herne en Whitstable, kort voor het eiland Sheppy vroeg Bertje om een smal riviertje aan bakboord The Swale op te varen. “Enkele mijlen stroomopwaarts ligt Hollowshore, daar woont mijn maat Laury Tester” legde Berje uit “Hij heeft een sleepboot, een werf, een kruidenierszaak en een café. Hij zeilt ook maar met een grote Thames Barge van 68 ton waaraan we hopelijk kunnen aanmeren” Het hoog water was voorbij nu zakte het vlug. Bij het manoeuvreren was al enige spierkracht nodig om de kiel door de modder te trekken. Bij laag tij staat hier geen druppel water meer. Om te voorkomen dat de boot zou omvallen bij het droogvallen legde ik de fokkeval op een bolder. Na een keuring of alles goed lag trokken wij de wal op om eten te zoeken. Hollowshore ligt op enkele kilometers van Faversham waar de brouwerij van Whitbread Beer staat. Het leek wel het einde van de wereld!! Het is zelfs niet aangesloten op het elektrisch net. Vroeg in de morgen wordt de tank van een dieselaggregaat gevuld, als ’s nacht de tank leeg is valt de stroom uit. In de “Shipwright Arms” was nog een tafeltje vrij. Na het eten zei Bertje “Kijk de man die binnenkomt is mijn maat Laury Tester” Ze omarmden elkaar en ik werd voorgesteld waarop de man vroeg “Are you the fellow with the Mercedes who gave me a lift to my boat in Ostend” Enkele uren later, om in de frisse lucht wat te ontnuchteren en de gewassen te besproeien zijn we door de velden naar Faversham gewandeld. Op de kade aan de Creek stond een tweemaster, een Baufort 16, het was de Tamaris die ooit van Gilbert Versluys en Jan Vandewalle was.
Aan de toog in een typische Engelse pub bestelden wij een biertje. In No Time stonden wij tussen enkele oude bekenden van Albert. Zij stelden zich voor als journalist van Faversham News, de ander vertegenwoordiger van Johnny Walker en iemand als directeur van de Jaguargarage. Albert en vrienden hadden veel te vertellen. Zij hadden elkaar al lange jaren niet meer gezien, het was nog van in de tijd dat Albert met de maalboot 'Prins Albert' op Dover voer. Na enkele biertjes werd mijn Engels beter en ik waagde het mopje te vertellen van de kapitein die wilde gaan slapen en aan zijn stuurman het order gaf "de voorliggende koers aan te houden en als iets onverwachts gebeurde hem wakker te maken" Na een uur riep de stuurman " kapitein, kapitein word wakker. Ik zie een meeuw!" Met een diepe zucht antwoordde de kapitein " Man toch, moet je me wakker maken voor een meeuw?" "Yes Captain the Seagull is walking on the Beach"
Rond middernacht zijn we door de velden al zingend terug door de velden met hetzelfde ritueel, onze sporen achterlatend naar, Hollowshore gewandeld. Het was juist hoog water en de Bestebustel was los uit de modder en dreef! "Ha! wij kunnen varen! Als we nu vertrekken kunnen we in de Ryco op de zondagse aperitief zijn" Terwijl Bertje de motor startte maakte ik de meertouwen los. De ebstroom dreef ons snel weg. We we maakten plots veel helling. Uiteraard was ik de fokkeval vergeten die van in de top van de mast naar de bolder lag.
Albert met volle kracht achteruit, zo geraakte ik weer bij de bolder. Nadat ik in het donker de val had los geprutst verdween de Bestebustel in de duisternis. De navigatielichten hadden we ook vergeten, Albert stak ze aan en kon ik al roepend de boot terug naar de kade geleiden. Met het roer in de hand zat Albert op uitkijk aan stuurboord, ik met een zaklamp aan bakboord. Heel voorzichtig voeren we in het pikkedonker de Swale af richting Theems.
Met een doffe dreun lag de boot plots stil en fladderden honderden meeuwen rond ons hoofd. We zaten aan de grond op een ondiepte, vóór een duin met slapende meeuwen.
In gedachten zag ik een lachende journalist met een fototoestel om een leuk artikel te schrijven voor de lokale krant. " The Nightly Adventures of two Drunken Belgian Sailors" Veel tijd hadden wij niet, het water zakte snel. Met mijn gewicht op het uiteinde van de giek kreeg de boot een serieuze helling. Met de motor weer op 'vol achteruit' kwamen we vlot. Bij het achteruit varen passeerden wij een groene boei aan stuurboord. We zaten duidelijk naast de vaargeul. Van hier waren er geen ondieptes meer tot aan de Theems. Met een lichte bries uit het Zuid West en veel zon zaten wij als eersten op de 'Apéritif Dominical' in de Ryco.
Rene 'Were Weg' van Uden
Laatst bijgewerkt op ( zaterdag 13 augustus 2016 )
 
< Vorige   Volgende >

Rene van Uden