Rene's Webstek | rvu.be  

Main Menu
Home
Zeilen
Paul Vinck
Staf Versluys
Radio Amateurs
Vespa
Links
- - - - - - -
Contact
Gastenboek

Van Aruba via Vilamoura naar Oostende
Geschreven door René   
dinsdag 22 augustus 2006
Nadat ik in 2004 de Atlantic Rally for Cruisers met de Mary Blue mee zeilde, volgde ik de belevenissen van schipper Jean-Paul die met een andere bemanning verder voer naar de Stille Oceaan.

De zeilende legende Stocky Woodall wenste ons reeds bij de aankomst op de Canarische Eilanden na de trip van Portugal een dikke proficiat. De 2.700 zeemijl (5.000km) naar St. Lucia op de Caraiben was toch maar iets voor "Old Peoples" zoals hij beweerde. Over de terugkeer van de Caraiben naar Europa repte hij geen woord. Dit was niet te verwonderen want uit de transat-simulaties op de computer en de vele zeilverslagen bleek de terugkeer naar Europa toch geen “Peace of Cake” te zijn.

Jean-Paul besloot om door het kanaal van Panama, de Stille Oceaan via Nieuw-Zeeland door het Kanaal van Suez en de Middellandse Zee naar Europa terug te keren. Met veel stopplaatsen om regelmatig naar huis te vliegen om enkele maanden te werken en dan terug naar de boot om volgend traject af te leggen.

Hij geraakte tot aan de Galapagos eilanden toen een veel belovend bemannigslid onverwachts naar huis wilde. Daarbij merkte hij dat een zeiltrip in etappes met vooraf geboekte vluchten naar huis niet mogelijk was. Het slechte weer en onderhoudswerken aan de boot stuurde de planning compleet in de war. Daarom werd afgezien om de "Tour du Monde" te varen en besloten de korte terugweg naar Europa via de Azoren te nemen.

Doch het plotse overlijden van zijn vader maakte dat hij het eerste vliegtuig naar België nam en de boot in Aruba achterliet.

Hij belde mij op en vroeg om de Mary Blue voor de overtocht naar Europa klaar te maken. En vooral vóór het orkaanseizoen begon naar de Simpson Bay op St Maarten te zeilen.

Ik maakte me zorgen over de dubieuze mazout die in Panama getankt werd, ook over de toestand van de zeilen was ik niet gerust.

Omdat ik de trip niet alleen aan kon wilde ik een zeiler, een kok en een dieselspecialist mee.

Mijn maat Guido Verhoeve, de vaste stuurman van mijn boot Were-Weg, had deze 3 gaven, ik vroeg hem om mee te gaan. Het viel mee, Guido en ook zijn vrouw Lydie waren direct akkoord dat hij voor een maand naar de Caraïben vertrok. Het was in België toch een koude en natte winter waardoor hij met genoegen enkele werkjes aan het huis tot in de zomer kon uitstellen.

De beste periode om van de Caraïben naar Europa te zeilen is volgens Jimmy Cornell de maand mei. Het was pas februari, wij hadden dus nog alle tijd om onze zending zonder stress uit te voeren.

Met de nodige brandstoffilters voor de motor en naaigerief voor de zeilen vlogen wij naar het snikhete Oranjestad op Aruba.

Vanaf 11 uur ’s morgens was het niet meer mogelijk om iets uit te voeren aan boord, de temperatuur steeg boven de 40°, vanaf 5 uur in de namiddag werd het weer draaglijk.

De vervuiling van de hoofdtank onder het bed in de "eigenaars kajuit" viel mee. Nadat de motor een uur draaide was geen abnormaal vuil waar te nemen in de voorfilter. Toch had de mazout een verdacht bruine kleur. Met de inhoud van de reservetank was het slechter gesteld. Na een emmer afgetapt te hebben stelden wij dezelfde kleur vast maar vooral water en slierten van een zwart goedje. Met deze vervuilde brandstof durfde ik de overtocht niet wagen. Stel je voor dat de motor en de stroomgenerator uitvielen.

Op het eiland werd het nodige materiaal aangekocht om de tank te reinigen.

Om een klein herstellingswerkje aan de fok uit te voeren kregen we deze niet naar beneden. Een blok van het rolsysteem boven in de mast zat vast. Hier bracht de rubberen hamer en veel silicone-spray de oplossing. Vanwege de harde passaatwind die er dagelijks stond was het na de herstelling onmogelijk om de fok te hijsen.

Voor het versleten grootzeil werd bij Neil Pryde Sails in Breskens een nieuw besteld. Op enkele dagen na kon Leendert Maas de leveringsdatum niet precies bepalen. Voor alle zekerheid liet ik het niet naar Aruba maar naar St. Maarten opsturen. Het oude zeil werd met plakband, naald en draad, en vooral veel "courage" omgetoverd tot iets bruikbaars.

Op een nacht werd ik gewekt, niet door lawaai maar door de stilte. Er stond geen fluit wind!

‘Guido, vlug de zeilen naar boven’. Het grootzeil ging nog goed, maar toen de fok omhoog ging stond er alweer een flinke klapperbries. De nachtwacht van de marina kwam zien wat het lawaai van wapperende zeilen in het holst van de nacht betekende.

Tevreden met het resultaat kropen we enkele uren later weer in onze kooi. Niet echt tevreden want de elektrische winch was uitgevallen. Na een volle dag zoeken werd de oorzaak gevonden, achter een kleerkast die wij eerst uiteen schroefden. Ik beefde van kolere toen ik zag dat twee elektrische stekkers door zeewater totaal gecorrodeerd waren waardoor een tiental draden waarop 24 volt stond los hingen te slingeren. Guido heeft na uren werk met veel zorg dit euvel verholpen. Via het Marina Yachting Center in Oostende werd deze onvergefelijke fout aan Jeanneau, de constructeur van de boot, overgemaakt.

Voor de rijke toeristen ligt in Oranjestad genoeg keuze aan gouden en zilveren sieraden in de winkels. Het materiaal dat wij voor de boot nodig hadden moest voornamelijk in 'Doe het zelf ' zaken gezocht worden. Hierbij was het personeel van de Renaissance Marina ons enorm behulpzaam.

We zochten een koperen buis om water en vuil uit de reserve tank te pompen. Bij deze zoektocht over het eiland viel de armoede van de eilandbewoners op. De rondslingerende autowrakken, het puin van fabrieken en vervallen huizen staken schril af tegen de prachtige natuur. Wij konden op Aruba niet verdwalen omdat het eiland zo klein is, maar ook dat de kruin van de bomen naar de westkant van Aruba wees, waar de Mary Blue lag.

Aruba behoort tot Nederland, maar door Nederlands te spreken geraak je nergens, het wordt enkel nog door de oudere bevolking gesproken.

Op een zaterdagavond trakteerden we onszelf met een etentje. De dienster liet zich compleet gaan toen een publiciteitskaravaan met luide muziek voorbij kwam. Dansend op Caraïbische tonen, met glazen en borden op een plateau in de hand werden wij bediend. “To morrow it’s Carnival” vertelde zij.

Van op een hoge tribune hadden wij 's anderendaags een goed zicht op Carnaval Parade met veel "schoon vrouwvolk" uitgedost met pluimen. Een honderdtal praalwagens en 10.000 dansende deelnemers trok in een 6 uur durende stoet door de stad.

Na proviand voor een week aangekocht te hebben waren we klaar voor de tocht van 500 zeemijlen. Voor de testvaart chekte ik uit bij de douane, want als alles naar behoren verliep was ik van plan om door te varen naar Sint Maarten. Voor het geval er toch iets misliep programmeerde ik de coördinaten in de GPS van een veilige ankerplaats in de Sint Nikolaasbaai nabij de olieraffinaderij.

Na de kust van Venezuela kregen we ook het eiland Curaçao in zicht, alles verliep naar wens en we besloten overstag te gaan om de Caraïbische Zee over te steken. Vanaf dan was ons doel de Simpson Bay op Sint Maarten.

Het was prachtig zeilweer, ook ’s nachts zaten we in zwembroek aan dek. De herstelde zeilen hielden zich goed. We vorderden langzaam omdat we tegenwind kregen en daardoor regelmatig overstag moesten gaan. Nadat ik enkele weerberichten ontving die voor onze regio een windshift naar het Noorden beloofden hield ik voorlopig Noord aan, recht naar Puerto Rico. Waarachtig de weervoorspellers hadden gelijk, de wind kromp naar het Noorden, waardoor het ons lukte de ganse dag recht naar Sint Maarten te zeilen. Jammer ruimde de wind tegen de avond en wakkerde aan tot stormachtig. De herstelde zeilen dreigden opnieuw te scheuren daarom legden we voor de nacht twee reven in grootzeil en rolgenua. Vanwege de grote golven die tegen de boeg sloegen en over het dek spoelden legden we tijdens de nacht amper 20 mijl af in de goede richting. De 12 volt batterijen stonden 's morgens te laag waardoor de kans bestond dat navigatie-instrumenten, radio en telefoonverbinding zouden uitvallen. De motor werd gestart en schroef ingeschakeld. Op een lage snelheid dat de boot, na een hoge golf niet te hard op het water smakte, voeren wij verder.

Een uur later viel de motor stil. Er was geen noemenswaardig vuil in de filters en ik startte de motor opnieuw. Ze draaide erg onstabiel en dreigde elk moment weer stil te vallen.

Wat nu? Over bakboord was Thaiti te bezeilen, over stuurboord Guadeloupe, honderden mijlen van ons doel. Versleten zeilen, een onbetrouwbare motor, zwaar weer, nog 190 zeemijl tot Sint Maarten. Tot overmaat werd Guido de dieselspecialist zeeziek.

Voedsel en drank waren voldoende aan boord, de stroomgenerator bezorgde tot nu toe geen problemen daarvoor was mazout genoeg. Toch maakte ik mij ongerust. Slapen kon ik niet, ik lag maar te piekeren. De motor viel opnieuw stil juist op het moment dat ik de brandstoffilter wou inspecteren. Bij het openen van het kraantje om water af te laten onderaan de filter hoorde ik een slurpend geluid.

Wat? Vacuum? De leiding van de tank verstopt?

In geen tijd was mijn bed in de eigenaars cabine afgebroken om de rubberleiding van de filter naar de tank te controleren.

Aan het uiteinde van de metalen aanzuigleiding in de tank was een klein inoxen filtertje bevestigd, waarvan ik het bestaan niet wist.
















Het filtertje was verstopt met een zwart plakkerig rubberachtig goedje zodat de brandstof er niet door geraakte. Door de wilde bewegingen van de boot in de zware zeegang was het vuil onder in de tank los gekomen. De inhoud van de hoofdtank waarop de motor aangesloten was was danig vervuild en niet meer bruikbaar!

Wij konden de motor dus niet meer gebruiken! Wij hadden in Aruba de tank gecontroleerd terwijl de boot stil lag, nu met een onstuimige zee was het vuil los van de bodem los gekomen.

Ik legde mij weer op de bank en piekerde verder. In mijn leven zeilde ik ruim 2 maal rond de aardbol en maakte heel wat mee, maar in zulke benarde situatie als deze was ik nog nooit geraakt. Wat nu?......

Moest ik nu eens proberen om de dieselmotor op een jerrycan aan te aansluiten; dan kon de motor toch enkele uren draaien om een haven binnen te lopen .................en moest ik de jerrycan regelmatig vullen met zuivere mazout uit de reservetank? Dan konden we zelfs tot in Sint Maarten varen.
In een stormachtige zee, enkel met een zwembroek aan, gleed ik op handen en voeten uren over de met dieselolie bedekte de glibberige vloer, gewapend met boormachine, pomp en rubberslangen.

Guido’s gezicht klaarde op toen ik hem vroeg de motor te starten. Het werkte! Dat wij om de twee uur telkens voor 90 seconden op een knop moesten drukken om de jerrycan te vullen was van geen belang, Dat ik niet in mijn bed kon slapen was een detail. We gingen vooruit, recht naar Sint Maarten. Dat was belangrijk!

Ik weet niet of Guido de brok in mijn keel hoorde toen ik hem enige dagen later wakker maakte en vroeg. “Laat het anker maar zakken, we zijn in de Simpson baai aan het eiland Sint Maarten”

Trots meldde ik via de satelliettelefoon aan Jean-Paul “We did it” Zijn antwoord was “Proficiat, goed gedaan, laat die fles champanje die in de frigo ligt maar knallen”.
Vanwege de Heinekens regatta was de Simpson Marina volzet. We moesten op de oceaan blijven en wachten tot er een ligplaats vrij kwam.
We waren moe en hadden geen fut meer om een andere beschutte jachthaven te zoeken. Wij verlangden zo snel mogelijk om te slapen. Dat lukte wonderwel op anker op enkele honderden meters van het strand in een ondiepe baai nabij het vliegveld. Hier komen de vliegtuigen zo laag dat ge bij het landen de wielen kunt aanraken.
Naar het eiland roeien konden wij niet vanwege te harde aflandige wind.
Let op de fles
Ons eerste werk was bij de fles champanje de buitenboordmotor van de Zodiac te herstellen. Bij de testvaart naar de jachthaven had ik het gevoel daar een bekende boot te vinden. En ja, de http://www.elegance-be.tk/ uit Oostende lag er. Enkele dagen later hielpen Dirk en Inge ons om de Mary Bleu op een ligplaats in de jachthaven af te meren.
De havenmeester bracht ons in contact met een Arubaan die beloofde de vervuilde tank te reinigen. Hij kon goed beloven maar in rekeningen schrijven was hij onklopbaar.
Het volgende weekend kwam Jean Paul voor enkele dagen overgevlogen. Het was een leuke onderbreking in dagen dat Guido en ik de eeuwige karweitjes aan een boot opknapten. Om Jean-Paul te overtuigen dat de Mary Blue weer in goede conditie was besloten wij een trip rond het het eiland te maken. Vanwege te weinig wind is de volledige toer niet gelukt. ‘s Anderendaags met een gehuurde auto wel. Alhoewel het karretje bij een col van 3e catergorie nogal bangelijk kreunde. Ik kreeg zelfs goesting om uit te stappen om te duwen.
Enkele dagen nadat Jean-Paul vertrok, was het onze beurt om naar Europa terug te vliegen.
Mijn terugkeer naar België had iets diplomatisch, met name de reis naar Turkije met mijn vrouw Gerda. Nog een verjaardagsfeest van mijn 100 jarige tante en dan een bemanning zoeken en plannen maken voor mijn derde overtocht van de Oceaan.
Een bemanning die goed overeen komt is voor een lange trip het onontbeerlijk. Vaardigheid, in de keuken, met de navigatie en het zeilen is natuurlijk ook leuk meegenomen.
Mijn "Dream Team" bestond uit : Dirk Minnaert ' een all round zeiler' die ik kende van op de “Wellenbrecher”. Als hij van wacht was zou ik gerust kunnen slapen. Guy Croquison een ervaren schipper op zijn Grand Banks, die ik samen met zijn vrouwtje op hun nieuwe boot "Chiamara" leerde zeilen. Ik had Guy in de keuken bezig gezien. Hij wist het nog niet, maar hij was voorbestemd om de kok te zijn. Thierry Van Wiele voer samen met mij mee op de Mary Blue in de ARC naar de Caraïben. Met hem deed ik vele klussen aan boord zelfs onder zware omstandigheden.
Om vooraf nog van een duikvakantie te genieten vertrokken Dirk en Thierry enkele weken vroeger. Op 10 mei vlogen Guy en ik in een bijna leeg vliegtuig naar Sint Maarten waar ik onmiddellijk na het landen een 'probleempje' had.
Op het Nederlandse eiland blafte een vrouwelijke zwarte dikke douanebeambte, in op een hautaine en arrogante manier “show me a letter of the boat”
Omdat ik geen letter kon 'showen' wilde dat “vrouwmens” onze reispas niet teruggeven. Nadat wij van op de Mary Blue een stapel papieren haalden mochten we het douane kantoor niet meer binnen omdat wij geen reispas hadden. Na een uur, met de nodige decibels lawaai en een hoofd als een tomaat heb ik de stapel voor het loket van die “staake van een wuuf” op de grond gesmeten en er een Nederlandstalige leveringsbon van toiletpapier tussenuit gevist. Met een gewichtig zwier werd deze “letter of the boat” afgestempeld en met de reispassen terugbezorgd. Terwijl de stoom uit mijn oren kwam merkte ik dat 'die heks' mij vierkantig zat uit te lachen. ’s Nachts heb ik wraak genomen. Van collère ben ik de tel kwijtgeraakt, ik geloof dat ik haar in mijn droom zes keer verkrachtte.
De warmte was weer eens de grootste spelbreker om de boot in enkele dagen klaar te krijgen.
Voor het vervangen van een blok in de mast, het nieuwe grootzeil, proviand en diesel bunkeren hadden wij verschillende dagen nodig. Daarbij kwam nog de oorontsteking die onze duiker Dirk opliep bij het reinigen van het onderwaterschip. Hier kwam zelf doktersbezoek en medicatie aan te pas.
Guy en Dirk zorgden eveneens voor proviand voor 3 weken.
Wat mij opviel tussen wc-papier, bakboter, scheerzeep, enz…. was een tros grasgroene keiharde mini-banaantjes die met veel zorg in een netje aan de achterstag opgehangen werd. Kookbananen was hun antwoord. Bananen om te koken???
In de namiddag van zaterdag 13 mei verliet de Mary Blue de Simpson Bay met voorlopige bestemming de Franse Marigot Bay aan de andere kant van het eiland. Vermits er zich geen problemen voordeden met de boot of bemanning werd tussen St Maarten en en het eiland Anguila de Zodiac binnengehaald en was Vilamoura in Portugal ons volgende doel, afstand 7.000 Km.
Op het eiland Faial van de Azoren is een café dat door een Portugees in 1918 geopend werd. Hoe de naam van dat café was weet ik niet maar de uitbater heette Enrique Azevedo. De bemanning van de internationale vloot sleepboten die voor een opdracht in de baai van Horta voor anker lagen noemden hem Peter. Geef toe “Peter five beers” kun je nog met een dubbele tong nog altijd verstaanbaar uitspreken. Het café ging van vader op zoon, na drie generaties Azevedo’s bestaat het café nog steeds en heet "Peters Café Sport "
Het is een must dat een zeiler die voorbij de Azoren komt naar Horta vaart.
Hopelijk lukte het ons om dicht naar het eiland Faial te varen om even in Peters Café een pint te gaan drinken. Met een zeilboot, afhankelijk van de wind, weet je maar nooit.
Met een platte zee maar toch met een ligt briesje schuin tegen, vorderden wij dagelijks 150 zeemijlen of een kleine 300 km.
We moeten ongeveer halverwege geweest zijn toen ik op de marifoon hoorde "'The sailing vessel in position 34°08N - 38°42 W come in please" Enkele minuten later opnieuw dezelfde oproep. Bij nazicht op de GPS bleken dat onze coördinaten te zijn, die oproep was dus voor ons! Ik antwoordde ” This is Mary Blue - What can I do for you? Over ! ”
De man aan de andere kant wilde weten vanwaar we kwamen, wat onze bestemming was en hoeveel bemanningsleden ik had. Met de gedachte aan piraterij begon ik een ontwijkende babbel en stelde zelf wat vragen. Het bleek de Varsovie te zijn, een Swann van 77 voet, komende van Guadeloupe met bestemming Horta. De Varsovie lag op 3 mijl dwars aan bakboord. Omdat onze boot 23 voet kleiner was en dus merkelijk trager vroeg ik aan de schipper een plaatsje te reserveren aan de toog in Peter’s café op Horta. Wij wensten elkaar " Have a nice time, Fair winds, Over en out"
De kookbananen bleven maar slingeren. Nieuwsgierig plukte ik er soms eentje af, zelfs bruin waren ze nog keihard en onmogelijk om zonder mes te pellen. Van zurigheid kromp mijn tong in mijn mond en verdween het glazuur van mijn tanden. Toch werd In de namiddag, onder goedkeurende blik van de kok, de tros ter hand genomen. Met heel veel honing en nog veel meer rhum smaakten ze niet vies meer.
Het deed me denken aan de zeiler Ian Mcgown die met de boot Bubblegum deelnam aan de Whitebread round the World. Tijdens de etappe langs de Zuidpool kon hij de aardappelen niet kon koken omdat het water bevroren was en dan maar Wisky gebruikte. Hij schreef in zijn dagboek - de aardappelen waren niet te vreten maar de jus was voortreffelijk.
Een fantastische bezigheid was het bijhouden van ons logbook op de website van de Mary Blue. In het begin meestal ik, maar na enige tijd schreef elk op zijn beurt een artikeltje, dat via de satelliet op de website geplaatst werd. Daarmee wisten de thuisblijvers hoe het met ons op de oceaan verliep. Eveneens hadden de lezers zelf de mogelijkheid om naar ons een berichtje te zenden. Vol spanning zoals in het leger wachtten wij dagelijks op een berichtje van thuis, familie of kennissen.
Dit is het bericht dat ik verzond op 28 mei
Het is rustig aan boord, iedereen slaapt, de stroomgenerator ronkt ook stilletjes. Behalve het geruis van een golfje dat regelmatig over het dek loopt. Alleen het klavier doet moeilijk, het glijdt weg van de kaartentafel.
De afstand van Oostende naar Aarlen, nog een 300 km hebben we voor de boeg tot aan de Azoren. Rekening houdend met de 4.000 km die we al deden is het een peulschil. Tegen vanavond hebben wij waarschijnlijk ontvangst op de GSM
Afmeren in het donker in een vreemde haven spreekt mij niet zo aan. Tijdens deze overtocht sneuvelde alleen de glazen koffiekan. Zo wil ik het houden. Dus zal het wachten worden tot de zon opkomt om de ingang van de haven van Horta te vinden. Dan binnen varen, vastleggen, de jongens proficiat wensen en een oorlam drinken. Als een boom omvallen in bed? Havenformaliteiten? We zien wel.
René
Enkele uren later zien we voor ons een zeil aan de horizon. Over de radio hoor ik de “Sailing Vessel this is Varsovie”. Wat is daar gebeurd? Een Swann van 77 voet had al lang in Horta moeten zijn. Ik troostte de schipper dat wij een plaats voor hem zouden vrij houden aan de toog.
Met hoger aan de wind te varen verhoogden wij onze snelheid. De afstand tussen de boten verkleinde tot 3 mijl. We liepen merkelijk sneller . De stuurman van de Varsovie zag ons komen want hij zig-zagde zenuwachtig door het water. Nog 2 mijl “Als we haar aan bakboord hebben gaat bij ons de spinnaker naar boven” verwittigde ik de bemanning. Het werd spannend, voor meer snelheid gingen wij aan loef zitten met de benen buiten boord. Nog 1 mijl! Het leek een regatta voor de Belgische kust tussen de boeitjes. Krankzinnig, maar plezant. "De Mary Blue klopt een Swann van 77 Voet. David verslaat Goliath". Nog een halve mijl
Ze schoten wakker op de Varsovie. De halfwinder ging bij hen naar boven. “Vlug jongens onze wit-blauwe spi ” riep ik. Op het moment dat onze lap van van 260 m² zich opent knalt de loefschoot door. Gedaan met koersen!
Ontgoocheld besluit ik rustig op genua verder te varen.
Met Guy aan de radar; Thierry op het voordek, Dirk op de kaart en ik aan het roer is de Mary Blue bij het opkomen van de zon de haven van Horta binnen gevaren.
De winnaars van de regatta met de Varsovie waren wij toch want ik met mijn bemanning van de Mary Blue zaten als eerste aan de toog in Peter's Café.
We hebben het samen gevierd met Andy, de Zwitserse schipper en de crew van de Varsovie waaronder de Belg Geert Vanderweerdt uit Geel
Peter's café stond al jaren op mijn verlangenlijstje maar prijkt nu op het palmares van heel de bemanning.
’s Avonds zit het café afgeladen vol met zeilers die de Atlantic willen oversteken of na een gedane overtocht even uitrusten om het laatste stuk naar Europa aan te vangen.
Dat er een enorme ambiance was hoorde je aan de zingende drinkebroers “What shall we do with the drunken Sailor”, “La mer”, of “Meisjes hier zijn de matrozen”. Ik hoorde ook een Vlaams liedje waarvan het refrein na enige tijd door de hele bende marginalen meegezongen werd “ Mie Katoen" en " We gaan hier niet betalen. Tjoerlala”
Ook zoals vroeger, maar nu met kleurrijke verf, werd de naam van onze boot op de kademuur geschilderd.
Sebastien de zoon van Jean-Paul kwam uit België overgevlogen om enkele dagen bij ons aan boord uit te rusten. Ook om samen met ons per auto het eiland Faial te verkennen. Door een of andere fout stond geen auto klaar.
Prompt verdween de pientere Guy naar een firma op de kaai waar een aantal spiksplinternieuwe 50cc scooters te huur stonden. Ze waren niet op snelheid begrensd, bovendien waren het onze scooter niet, dus…….. trek maar aan zijn oor! We vlogen de hoge Caldeira aan 50 per uur naar boven en aan 80 tot 100 weer naar beneden. Zelfs plat liep zo’n machientje 70 per uur.
Onverantwoord? Roekeloos? Absoluut niet! Nieuwe scooters zitten goed, remmen goed, trekken goed op en leggen zich goed in de bochten. Ook verraste de bagageruimte want in twee scooters verdween ons proviand voor de laatste etappe naar Portugal. Het logisch besluit was dan ook dat ik, terug in België mijn oude Vespa verkocht en een moderne aanschafte.

Het vervolg van de zeilreis van de Azoren naar Vila Maura in Portugal is goed verlopen behalve een storm recht op de boeg waardoor we niet vooruit geraakten en wij het licht van de vuurtoren op het eiland San Miguel gedurende drie nachten zagen.
Terug in Portugal kreeg de boot een grondig onderhoud. Om in de toekomst nooit meer problemen met brandstof te hebben werd een tweede brandstoffilter geplaatst wat bovendien toeliet om met draaiende motor een filter te vervangen. Bij de bouw verkoos Jean Paul voor een volledig verborgen zwemtrap, de aanpassingswerken waren nog zichtbaar en de sporen van intensief gebruik gedurende 5 jaar waren de oorzaak dat de romp opnieuw geschilderd werd.

De grondig opknapbeurt en verbeteringswerken werd gevolgd door een testvaart naar Smir in Marokko.

Omdat Jean Paul de boot wilde verkopen werd daarna naar Oostende gevaren en door het Marine Center te koop gesteld.

Laatst bijgewerkt op ( maandag 02 maart 2020 )
 
Volgende >

Rene van Uden