Rene's Webstek | rvu.be  

Main Menu
Home
Zeilen
Paul Vinck
Staf Versluys
Radio Amateurs
Vespa
Links
- - - - - - -
Contact
Gastenboek

Met de White Swan door Straat van Messina
Geschreven door Rene   
zondag 02 juli 2006

Vic Leerman en zijn echtgenote Marie-Paule maken met hun zeilboot “White Swan” een rondreis in de Middellandse Zee.

Als het vaarseizoen op zijn einde loopt en het weer verslechterd wordt de boot voor winterberging uit het water gehaald en gaat op het droge in een nabije werf. Vic en Marie-Paule keren daarna terug naar België.

In het voorjaar als het weer verbetert wordt het onderwaterschip behandeld. proviand aangevuld en de reis verder gezet. Vanwege een gezondheidsprobleem van Marie-Paule, dat ondertussen goed afliep, vlogen beiden voortijdig terug naar België, zonder de boot op een veilige winterligplaats gelegd te hebben. Tijdens een zondagse aperitief in de jachtclub vroeg Vic mij om voor zijn "White Swan" een geschikte winterbergplaats te gaan zoeken op oostkust van Sicilië. Mijn drukke vaarseizoen 2003 met als uitschieter een trip met een Janneau DS54 van Villamoura in Portugal, naar Zeebrugge kon naar mijn mening best afgesloten worden met enkele weken Middellandse Zee. Gelukkig dacht mijn echtgenote er ook zo over. Tijdens de vlucht naar Catania werd de Lipari-archipel overvlogen, waar Vic elk eiland bij naam opnoemde. Eveneens wees hij de plaatsen aan die hij de vorige maanden met zijn echtgenote bezocht. Met de autobus reden wij van het vliegveld in Catania langs de kust naar Millazo. Bepakt en bezakt werden in de late namiddag de laatste meters tot de jachthaven te voet afgelegd. Nieuwsgierig keken wij reikhalzend hoe de boot de afwezigheid van zijn bemanning had doorstaan. Behalve gloeiend warm en muf riekend was alles aan boord in orde.

Stress om vlug naar Catania te vertrekken hadden wij niet.

's Morgens voor het te warm werd deden we de dagelijkse boodschappen daarna verkenden wij wandelend de omtrek van Millazo. Zo ontdekte ik dat inventieve vissers de motoren van afgedankte Vespa scooters gebruikten om hun boot op het strand te trekken. Na de nodige formaliteiten, zoals liggeld betalen maar vooral afscheid genomen te hebben van de vrouwelijke havenmeester, zetten we zonder wind koers richting Messina. Op een rustig draaiende motortje en de stroming mee spoelden wij met een gezapige snelheid van 7 knopen door de Straat van Messina.

De kust van Calabrië wordt met het eiland Sicilië verbonden door een processie van ferryboten. Jaren geleden werden plannen gemaakt voor een brug, waarom deze nooit gebouwd werd is voor mij een raadsel. In deze 3 mijl smalle engte jaagt men sedert honderden jaren op zwaardvis of espadon. Omdat men dacht deze vis gemakkelijk te kunnen vangen door ze voor de gek te houden werden zij op een dwaalspoor gebracht door ranke groen geschilderde boten.

Met enige moeite bemerkt men op de goed gecamoufleerde visvormige boten de 'antenne', dit is een blauwe smalle mast van ongeveer 30 meter hoog, van waaruit vier 'speculatores' de horizon afzoeken naar de veelbetekenende rimpels die de zwaardvis in het water maakt. De boot wordt van bovenaf bestuurd met een lang touw dat bevestigd is aan het roer; twee motoren zorgen voor hoge snelheid en wendbaarheid. Aan de voorkant van de boot is een even lange 'passarella' of wandelgang bevestigd waar de harpoenier ligt te wachten op de vis. Bij het binnenvaren van Messina verwees de marinero (havenmeester) ons naar een ponton buiten de jachthaven. Niet zonder moeite, vanwege de stroming, meerden wij af op een ligplaats in de 'straat'.

Maar onze extra inspanning werd ruim beloond. Wij hadden een uniek zicht op de Straat van Messina. We lagen wel ver van de toiletten en was er geen verlichting op de ponton. Dat hier geen verlichting was had weer zijn voordeel. Niet iedereen kan zeggen dat hij 's nachts gezeten op de leuning van de ponton, met zijn zwembroek aan zijn enkels, in de straat van Messina gekakt heeft.

Op het witte dek waaide as van verbrande bladeren afkomstig van bosbranden op het eiland. Om te vermijden dat het zwarte goedje aan het polyester dek bleef plakken werd de boot regelmatig met emmers water afgespoeld. Na de noodzakelijke inkopen in een groot warenhuis werd zeil gezet richting Catania op zoek naar een geschikte winterbergplaats. Dat we geen wind hadden en niet konden zeilen kwam goed van pas, gewapend met mijn nieuw digitaal fototoestel lag ik op het voordek te zonnen. Bij het naderen van Taormina vroeg ik Vic om dichter langs de kust te varen. Ik wilde het hotel Capo Taormina zien waar wij met colega's TV handelaars van het merk Novak 30 jaar geleden een prachtige vakantie doorbrachten. Dit luxe hotel werd met de centen van Siciliaanse Amerikanen gebouwd.

In Riposto, aan de voet van de Etna, meerden wij af in een prachtige en goed beschutte jachthaven die nog maar enkele maanden in gebruik was. Het was jammer dat in de nabijheid van deze gloednieuwe haven geen geschikte bergplaats op het droge te vinden was, wel op een grotere afstand maar voor het transport daarheen moest de mast verwijderd worden. Een mast afnemen en weer optuigen is veel werk daarom werd de zoektocht verder gezet richting naar het Zuiden. Aangekomen in Catania meerden wij af in de jachthaven Circolo Nautico.

Van hieruit konden wij rustig een geschikte winterberging zoeken voor de White Swan. De behulpzame havenmeester die zelfs enkele woorden Nederlands sprak bezorgde het adres van een werf waar misschien een plaatsje was, we moesten het maar gaan vragen. Op zijn fiets, en deze van zijn assistent, togen wij naar de andere kant van de haven. Salvatore die sinds kort de werf overnam van zijn vader Ippo had wel geen geschikte kar voor een zeilboot maar hij zou wel voor het nodige zorgen. Enkele uren later toverde een lasser uit een berg oud ijzer een constructie op wielen waarop Vic's trots de wintermaanden moest doorbrengen. Gelukkig was de constructie van de tovenaar zo zwak dat het reeds inzakte voor de boot er op lag. Hangend onder de kraan en gestut op balken hebben wij van een weekje Catania genoten. Hoog en droog konden wij niet alleen de rokende Etna in het oog houden maar ook de werkzaamheden op de werf volgen.










Het transport van de vissersboten per slee, uit en in het water, was interessant om te zien.

's Morgens vóór het personeel op de werf was stapte vader Ippo met een stapel planken op de schouder naar de botenslee om deze aan te passen. Vermits afmeting en vorm van de boten verschillen was telkens een aanpassing noodzakelijk voor een stevige en veilige ondersteuning van de boot.

Daarna werd het met ijzer verzwaarde houten gevaarte te water gelaten en met touwen onder de vissersboot getrokken. Een sterke elektrische trui trok de slee met boot over ingevette dwarsliggers op de werkvloer van de werf. Zinkannodes geven bescherming tegen elektrolyse van de metalen delen zoals schroef en schroefas. Jaarlijks worden deze zachtmetalen blokken vervangen en terzeldertijd het onderwaterschip behandeld met anti-begroeiings-verf.

Vol spanning keek ik uit naar het moment dat de boot opnieuw te water werd gelaten. Na nog eens de dwarsbalken goed ingevet te hebben werd de rem van de staalkabel op de trui losgemaakt. Er was nog een klein duwtje met een breekijzer nodig om de slee beladen met een vissersschuit van 60 ton met hoge snelheid naar zijn vertrouwde element te zien schuiven.

René "Were Weg" van Uden

Laatst bijgewerkt op ( donderdag 13 september 2018 )
 
< Vorige   Volgende >

Rene van Uden