Rene's Webstek | rvu.be  

Main Menu
Home
Zeilen
Paul Vinck
Staf Versluys
Radio Amateurs
Vespa
Links
- - - - - - -
Contact
Gastenboek

Met de Mary Blue naar de Caraiben
Geschreven door Rene   
zaterdag 01 juli 2006

Toen het warme vaarseizoen van 2003 op zijn einde liep zeilden wij de Mary Blue van Portugal naar haar thuishaven Zeebrugge.

Het moet op de oceaan tussen La Curuna en Plymouth geweest zijn dat de schipper Jean-Paul mij vroeg of ik een trip naar de Caraïben zag zitten.

Op een zomerse dag zeilde ik vaak alleen op mijn “Were Weg” naar het lichtschip “Westhinder” dat op 20 mijl uit de Belgische kust lag. Hier heeft het water al een blauwe schijn. Daarbij geen kustlijn in zicht waande ik mij op weg naar mijn Coconuteiland. Een eiland dat enkel in mijn dromen bestond “onder een brandende zon, ergens in een blauwe lagoon, wit zand, groene palmbomen, kleurrijke paradijsvogels en fladderende vlinders” Over enkele jaren word ik 70. Veel tijd heb ik dus niet meer om naar mijn droomeiland te zeilen. Als ik het nog wil doen moet het nu gebeuren. Zonder aan gezondheid, financiële, familiale of andere hindernissen te denken antwoordde ik dat een zeiltrip naar een tropisch eiland op mijn verlangenlijstje stond en dat de schipper op mij kon rekenen.

Het is logisch dat men zich vragen stelt bij een overtocht van de Atlantische oceaan. Maar in de ARC, een georganiseerde rally, en bovendien met de Mary Blue, een Jeanneau van 17 meter, zijn de risico’s wel beperkt. Ook herinnerde ik mij eens gelezen te hebben dat de zeilende legende Stocky Woodall de deelnemers van de ARC voor de grote oversteek moed inpompte door hen reeds in Las Palmas te feliciteren dat zij het moeilijkste van de ARC achter de rug hadden. De rest, dat stukje naar St Lucia, was maar "een wandelingtje voor ouderlingen" Met deze argumenten zou ik mijn vrouw tijdens een "diplomatieke reisje" naar Spanje wel kunnen overtuigen. Daarbij had ik nog een overschot aan tijd want de start van de Atantic Race for Cruisers had maar plaats op het einde van 2004. Ook de weerspreuken aangaande de tyfoons "June, too soon - July, stand by - August, look out you must - September, remember - October, all over" zouden waarschijnlijk haar gedachten gunstig beïnvloeden en haar verzet verzwakken.
Deze jaarlijkse ARC start in Las Palmas op Gran Canaria en is de populairste manier om de Atlantische Oceaan over te steken. Van een handvol boten die destijds naar de Caraïben zeilden om te overwinteren is deze transat uitgegroeid tot een der grootste zeilgebeurtenis ter wereld. Meer dan 200 boten starten op 21 november 2004 terzelfder tijd richting. Rodney Bay op St.Lucia. St.Lucia. is niet zo bekend als Martinique of Barbados maar van natuur een van de mooiste eilanden van de Caraïben. Na een zeiltocht van ongeveer 14 dagen in een dwarse NO passaatwind zouden de 2.700 mijl afgelegd moeten zijn. Voor elke boot wordt een World Cruiser handicap berekend waardoor het sportieve karakter van de rally aangemoedigd wordt. De bemanning van de Mary Blue zal wel niet fanatiek zeilen met het mes tussen de tanden maar we zijn vastberaden ons niet te laten doen! We rekenen op een goede klassering. In plaats van twee genua's of passaatzeilen opteerden wij voor een stevige spinnaker voor het sportieve werk. Voor mij mag er zelfs wat meer wind staan dan een bramzeilkoelte of een klapperbriesje.

Omdat de Mary Blue de eerste DS 54 is die door Jeanneau werd gebouwd zijn voordien nog enkele kinderziektes op te lossen. Kinderziektes die door ons intensief en onder extreme omstandigheden testvaren, aan het licht kwamen. Vooral het slaapcomfort onder een bepaalde helling moet verbeterd worden, want niets is zo vervelend om al slapend uit je kooi te donderen. Voor heel de bemanning zal deze overtocht waarschijlijk een onvergetelijke belevenis worden. Ook als radioamateur met mijn callsign ON6FJ hoop ik via de kortegolf op 14.313 kHZ talloze verbindingen te maken. Mijn Kenwood TS440S en een staafantenne van 8 meter lengte met automatische tuner werden reeds geïnstalleerd.

Begin juli vertrekt de boot naar Portugal om in september via Madeira naar de Canarische eilanden te varen. In feite zullen wij dezelfde route doen die Colombus in 1492 voordeed. Hij voer met de Santa Maria, de Pinta en de Niña van de zuidkust van Spanje via de Canarische eilanden naar de Caraiben.


Van Vilamoura via Madeira naar Gran Canaria 1

Vanwege verkeerde inlichtingen verstrekt door het reisagentschap kwam ik te laat in Zaventem. Het vliegtuig naar Portugal was reeds vertrokken. De volgende vlucht van Virgin Air was pas over drie dagen. Gelukkig bestaan er nog andere luchtvaart-maatschappijen zodat ik enkele uren later dan voorzien landde in Faro. Dank zij de GSM wachtten de schipper Jean-Paul en echtgenote op me in de Jeep. Een half uur later voeren wij de haven van Vilamoura uit, langs een kopie van de karveel waarmee Colombus naar de Caraiben trok. Het klinkt niet eerbiedig maar het leek op een Playmobiel-boot.

Kwam het door de deining of van het broodje dat ik tijdens de tussenstop in de luchthaven van Lisabon at maar de eerste uren op de oceaan had ik het gevoel alsof ik een baksteen in mijn maag had. Het zal wel van de zenuwen geweest zijn want het was een tamelijk een stresserend dagje geweest. Het nare gevoel in de buik ging over nadat wij de zeilen heessen en recht naar Madeira stevenden. Met een dwars tot achterlijke stijve bries, met een knik in de zeilen liep de Mary Blue als een trein. Behalve van tijd tot tijd een zeldzame grote golf zijdelings tegen het achterschip waardoor de boot uit het roer dreigde te lopen. Maar de automatische piloot reageerde snel en had geen probleem om op koers te blijven. Op de amateurband kreeg ik storingvrij contact met het Duits weerstation DJ3CD uit de omgeving van Frankfurth . De operator Klaus bezorgde mij het weerbericht voor de komende 4 dagen.- N.O. tot N.W. 15 tot 25 knopen -. Een prachtige météo, een stralende zon, een hoge snelheid, weinig helling, niets te kort aan eten en drinken, het was goed aan boord. Met een snelheid van rond de 9 knopen was het niet verwonderlijk dat wij de 530 mijl naar Funchal in 2 1/2 dag aflegden, met een maximum van 221,8 mijlen in 24 uur. Tijdens deze trip leerde ik dat het mogelijk was om op tamelijk hoge snelheid vissen te vangen. Het binnenhalen ging iets moeilijker. Door hoog op te loeven werd de snelheid uit de boot gehaald waarna Sebastien en Guy de vangst boven haalden.

Met zulke klasse vissers stond regelmatig een lekker "vispannetje" op het menu.

Van Vilamoura via Madeira naar Gran Canaria 2

De zoete geur van vers gebakken brood kondigde aan dat wij onder de wind van het eiland Porto Santo zeilden. Bij het binnenvaren van de jachthaven van Funchal riep de havenmeester vanuit zijn rubberboot dat hij enkel ligplaatsen had voor boten kleiner dan 14 meter. Wij gingen voor anker nabij de zeedijk onder de beschutting van de havenmuur. Dat Madeira, zoals vroeger, geen eiland meer is voor ouderen en Engelse aristocraten merkten wij aan de jongeren, Sebastien en Guy, die na een avondje stappen geheimzinnig lachend zaten na te genieten. Met de kabellift bezochten wij het hoger gedeelte van het eiland, van hieruit hadden wij een prachtig uitzicht op de stad en baai van Funchal. Een attractie in Funchal is in het midden van de straat in een rieten slee de berg naar beneden te glijden.

Na eerst in de jachthaven de watertanks gevuld te hebben werd in de late namiddag zeil gezet richting Canarische eilanden. Nabij de dieselpomp prijkte een muurschilderij van de Tomidi-Rucanor die hier in 2002 tankte. De oversteek van Madeira naar de Canarische eilanden werd eveneens in recordtempo gevaren enkel onderbroken door de snelheid te verminderen om regelmatig een tonijn binnen te halen. Bij het binnenvaren van de haven van Las Palmas kregen wij even het gezelschap van een viertal zeldzame Pilot walvissen.

Don Pedro bezorgde ons een ligplaats niet ver van zijn Texaco pompstation. Van deze plaats zouden wij over wee maanden, op 21 november, naar de St Lucia op de Caraiben vertrekken. Het was rustig liggen aan de stenen kaaimuur Verschillende zeilboten met de ARC deelnemersvlag lagen er nog verlaten bij. Nu wij de stres van de wedstrijd nog niet voelden, gebruikten wij tijd om als toerist een rondrit over Gran Canaria te maken. Zo vond ik het hotel in Las Palomas waar ik met mijn echtgenote jaren geleden eens verbleven. Het was niet zo moeilijk te vinden want er stond een vuurtoren in de tuin.

De reis met de Mary Blue van Vilamoura naar Las Palmas met tussenstop op Madeirade met de mooie uitstappen en daarbij het lekkere eten kan ik indelen bij de aangenaamste zeiltrips die ik ooit deed.

De oversteek naar St Lucia 1

De routeplanning op de Mary Blue.

Voor degenen die de gemakkelijkste “transat” verkiezen luidt de boodschap probeer zo snel mogelijk de passaatgordel te bereiken, en volg de 'Milk Run'. In de praktijk vaar je vanuit de Canarische Eilanden rechtstreeks naar het zuiden tot de boter smelt, hier sla je dan rechts af. Zonder veel inspanning te doen blaast de passaatwind je in drie weken naar de Caraïben. Iets verder aan de de Kaapverdische Eilanden, heb je meer kans om vlugger de passaatwind mee te krijgen. Jammer kun je op deze arme eilanden weinig of geen proviand opdoen. Toch kun je van hieruit op passaatzeiltjes de oversteek in twee weken klaren.

Niet alleen omdat onze boter in de koelkast lag en wij de goede afslag op deze manier niet zouden vinden volgden wij dit advies niet. Als je even voorbij de Canarische eilanden naar het westen vaart, recht naar de Caraïben, kies je niet alleen voor de kortste maar ook voor een comfortabele route. Hier staat meestal een noordoostelijke half tot achterlijke bakstag wind waarmee de boot niet zo vervelend rolt. Voor de afwisseling waait het ook eens uit het zuiden of oosten waardoor een koers- of zeilwissel nodig is.

Voor ons was de kortste weg tussen Gan Canaria en St. Lucia lang genoeg. Uitgerust met halfwinder en spinnaker waren wij van plan om sportief zeilend de 2780 zeemijl af te leggen. Dit was bovendien de raad van zeilers die de laatste jaren de oversteek deden.

Na, dicht tegen de kust nabij Mas Palomas, het eiland Gran Canaria gerond te hebben vloog de Mary Blue op de rode halfwinder recht naar St Lucia. Dromend van een 11 daagse overtocht spurtten wij ’s nachts het ene na het andere groen toplicht van concurrenten voorbij. Helaas duurde dit feest niet lang, na 5 uur zalig zeilend aan 10 knopen brak de spival. Pas 2 dagen later was de oceaan kalm genoeg om Thierry in de mast te hijsen. De nieuwe val hield het maar tien minuten uit, weeral moest de spinnaker uit het water gevist worden. Met een zwakke achterlijke wind dobberden wij de tweede nacht in terwijl de wind helemaal weg viel.

In het donker ziet ge de boten in uw nabijheid beter, niets is zo deprimerend te zien dat ze vooral sneller waren dan ons.

De ARC is geen zuivere zeilwedstrijd wel een rally want in het reglement staat dat de motor mag gebruikt worden. Maar uit vrees om in het midden van de Atlantic zonder brandstof te vallen werd de motor op de Mary Blue in het begin niet aangezet. Wij werden langs alle kanten voorbij gestoken.

Als de zeilen en giek door de deining met een hels lawaai heen en weer slaan omdat de wind volledig wegvalt moet je stalen zenuwen hebben. De moed zakt onder de planché als ge uitrekent dat een oversteek op deze manier zeker tot Pasen duurt. Wij hadden zelfs geen proviand tot Kerstdag. Het was moeilijk de bemanning te motiveren. Het weerbericht, van het Duitse weerstation DJ0CD, voor de volgende dag voor ons gebied luidde : zwakke variabele wind van 0 tot 5 knopen. Dus niet genoeg om de zeilen bol te blazen, laat staan de boot te laten lopen. Maar morgen zou vanaf 20° Noord de passaatwind van 15 tot 20 knopen beginnen te blazen!


De oversteek naar St Lucia 2

Het voornemen om de kortste weg te volgen werd vergeten, de motor gestart en de Mary Blue voer naar het Zuiden.

Toen ik ’s anderendaags mijn ontgoocheling uitte aan Klaus van het weerstation dat op de beloofde plaats geen zuchtje passaatwind te bespeuren was wist hij daar geen verklaring voor. “Het komt waarschijnlijk van de tropische cycloon Otto die recht op jullie afkomt” Mijn hart begon sneller te kloppen. "Bitte eine tropische cycloon? " Enkele dagen later is Otto aan de kust van Florida als een ordinaire depressie gestorven.

Gebruikmakend van de kalme zee werd Thierry als vrijwilliger aangesteld en weer eens in de mast gehesen om de gebroken val te vervangen. Toen de wind kwam kon eindelijk de spinnaker naar boven en begon het echte passaat zeilen. De opgelopen achterstand tegenover de concurrenten slonk dagelijks. Het is vreemd te merken dat als de boot goed liep iedereen welgezind met blinkende oogjes over de Caraïben sprak, zich waste en schoon ondergoed aantrok. Prompt kreeg dit raar verschijnsel de naam "Palmboom syndroom"

Op een avond staken wij de Asolare, een Amel Super Maramu 2000, voorbij. De bemanning bestond uit vader Peter en dochter Sally-Ann waarmee onze visser Jef via de marifoon contact had. Tijdens de gesprekken die hierop volgden noemde hij haar de “Voice of the Ocean”. Deze aanspreektitel gebruikte zij fier in gesprekken met andere boten. Op de vraag hoe oud ze was kreeg Jef als antwoord “I am single and less then 65 years old” Waarop Jef weer met 'I am also single'

De passaatwind heeft de neiging om ’s nacht te verminderen, toch is vooral 's nachts waakzaamheid geboden voor “squalls”? Dit zijn donkere wolken vergezeld van zware regenbuien waarin de wind fel kan aanwakkeren. Als de duisternis inviel ging bij ons, zoals op de meeste andere boten, de spi naar beneden. Toen wij 12 uur later de spi weer optrokken haalden wij de Asolare, die zonder zeil voer, opnieuw in. Vanaf dat moment werd bij ons meer over het gebruik van de motor nagedacht.

Om de website van de Mary Blue bij te houden gebruikten wij het Iridium satelliet systeem. Een lichte vorm van paniek brak uit bij ons, toen bleek dat deze verbinding niet meer werkte, de kaart was geblokkeerd. Ik zou proberen via de kortegolf een contact te maken met het Marina Center te Oostende die de sateliettelefoon leverde.

De propagatie op de korte golf was wel niet te best maar toch lukte het mij om in enkele uren via de radioamateurs ON6GV. José uit Antwerpen en ON6JV. John uit Sint Martens-Latem de pukcode voor de kaart te ontvangen waarmee de verbinding opnieuw werkte.

Ook ben ik blij dat ik drie dagen voor zijn dood nog een goede radioverbinding had met mijn maat Jan Vandewalle uit Oostende die daarna mijn vrouw opbelde om te melden dat alles OK was aan boord van de Mary Blue.


De oversteek naar St Lucia 3

In de eindspurt naar het eiland St Lucia brak weer eens de spival, weeral eens met de halfwinder. Vakkundig werd deze voor de zoveelste keer zonder scheur uit de oceaan opgevist. De fut ontbrak ons om voor de enkele uren die ons van het einddoel restten de spinakker te hijsen. Vier boten profiteerden hiervan om nog voor ons te finishen.

Op 18 December, mijn 67e verjaardag, was het prijsuitreiking. Plechtige prijsuitdeling want zowel de Minister President van St.Lucia als de Minister van toerisme en Minister van sport waren tegenwoordig. Weliswaar op basketbalschoenen, maar ze waren er toch. De locale zangeres Lisa Weeks zong "Sail Away" dat zij speciaal voor de ARC 2004 schreef.

Of wij er goed aan deden door in het begin naar het Zuiden te lopen is vanwege het toegelaten motorgebruik moeilijk te achterhalen. Toch stonden op het podium voornamelijk de bemanning van Voodoo, Stay Calm, Salima, Carpe Diem, Mormora, Muka, Mearra Nieida, boten die allen de noordelijke route volgden. Bijna elke boot kreeg een prijs. De een mocht de trofee voor de eerste plaats in ontvangst nemen de andere voor de laatste. De een om de grootste vis gevangen te hebben, de ander voor de kleinste. Voor het minste gebruik van de motor maar ook voor de boot waar de motor het meest draaide.

De gesprekken tussen Jef en Sally-Ann werden vanop de andere boten met spanning gevolgd, het gaf wat afwisseling voor de lange dagen. Jef's radiovriendin kreeg de prijs voor de “Spirit van de ARC”.

Wij van de Mary Blue voelden ons door het wedstrijdcomité een beetje benadeeld. Wij kregen geen enkele prijs maar dat kwam waarschijnlijk omdat onze schipper Jean-Paul aan de voorzitter een vlammende e-mail gestuurde had omdat tijdens onze afwezigheid in Las Palmas de stekker van de walstroom uitgetrokken werd waardoor bij onze terugkeer de wormen uit de frigo kropen.

Werd de overtocht door gebrek aan afwisseling op sommige momenten langdurig en vervelend, toch ben ik overtuigd dat ik, en heel de bemanning van de Mary Blue, de tocht met dezelfde personen nog wel eens zouden willen overdoen. Dit is volgens mij de mooiste overwinning voor de schipper Jean-Paul.

Tot slot mijn woordje van dank aan het gezelschap dat niet alleen goede zeileigenschappen had maar nog andere kwaliteiten vertoonde. Edwin Houdijk voor het bijhouden van gemeenschappelijke kas, Jef Vanborm voor het vangen van vele vissen, Andre Keupers voor zijn kookkunst, Thierry Vanwiele om telkens in de mast te kruipen, aan Jean-Paul Vanthournout om deze bonte bemanning bijeen te houden.

Maar ik wil Jean-Paul vooral bedanken om van mijn jongensdroom werkelijkheid te maken.

René “Were Weg” van Uden.

Laatst bijgewerkt op ( zondag 04 december 2016 )
 
< Vorige   Volgende >

Rene van Uden