Rene's Webstek | rvu.be  

Main Menu
Home
Zeilen
Paul Vinck
Staf Versluys
Radio Amateurs
Vespa
Links
- - - - - - -
Contact
Gastenboek

Ryco Geschiedenis
Geschreven door Rene   
zaterdag 01 juli 2006
De RYCO is de moeder van alle Belgische jachtclubs.
Gesticht op 16 april 1846 is zij de oudste jachtclub van België zelfs de derde oudste van het vasteland en de veertiende oudste van de wereld.

De naamsverandering in Yacht club d’Ostende had plaats op 6 augustus 1853 ter gelegenheid van de verhuis naar de eerste verdieping van de Societe Literaire. In 1910 werd hieraan de titel Royal toegevoegd. De vloot van de Ryco bestond uit enkele luxe jachten maar voornamelijk uit omgebouwde reddings- en roeiboten. De eigenaars van deze laatsten zorgden ervoor dat in 1871 de roeiclub Sport Nautique d’Ostende ontstond. De jachten lagen destijds in de stadsdokken rond de Kapellebrug, thans Mercator jachthaven, tussen vissersboten en koopvaardijschepen. Veel van deze vaartuigen hadden een met steenkool gestookte hulpmotor waarvan het kolengruis en de zwarte rook rondwaaide. Ook de stank van de uit Chili aangevoerde guano beantwoordden niet aan de verwachtingen van de smetteloos wit uitgedoste jachtlui.

Onder impuls van Leopold II, die zijn Engelse vrienden en vriendinnen met hun zeil en motorjachten op een meer koninklijke wijze wilde ontvangen besloot de club in 1902 in de achterhaven een nieuw clubhuis te bouwen. De voorzitter van de club, graaf de Hemptinne kreeg de steun van graaf Smet de Naeyer toen eerste minister.  De architect Georges Hobé, tijdgenoot van Victor Horta tekende een clubhuis in Victoriaanse stijl met een binnenwerk in Romaanse bogen. Op 22 juli 1906 werd het clubhuis met veel luister geopend. Het was een privé-club met kleine kamertjes onder het dak en luxueuze grote boten in het water. De internationale zeilwedstrijden Oostende-Ramsgate-Oostende en de Oostende-Helgoland-Oostende werden besloten met grandioze prijsuitreikingen in het casinokursaal gevolgd door een banket. De elite van de Belgische en Engelse jachtlui was hierop aanwezig.
Na de Eerste Wereldoorlog evolueerde de Ryco als een elitaire privé-club met 87 leden en een klein roeibootje . Wel werden door de Ryco in 1920 de zeilwedstrijden van de Olympische spelen in Antwerpen georganiseerd. Het in Antwerpen wonende Ryco-lid Emiel Cornellie won met zijn Edelweiss II de gouden medaille.
In 1940 had deze club 380 leden. De Tweede Wereldoorlog dunde dit ledenbestand uit naar 15. Bovendien zonder ambitie of initiatieven. Het is dan ook niet te verwonderen dat de actiefste leden van de Ryco in 1947 een nieuwe club stichtten, North Sea Yacht club. Burgemeester Adolf van Glabbeke bezorgde hen onderkomen in het Montgomerydok. Vanaf 1952 keerde het tij voor de Ryco. In 1959 werd de zeilwedstrijd Oostende-Ramsgate-Oostende, die sedert 1938 niet meer gevaren werd, opnieuw op de kalender geplaatst. In 1981, in samenwerking met de North Sea, volgde de Oostende-Helgoland-Oostende race.
Al de succesrijke zeilers opnoemen, die de vlam weer aanwakkerden, zou te lang duren. Hier volgen toch enkele namen: Dokter Etienne met Trial, Bob Tuytten met zijn primaat Cormoran, Etienne Van Keirsbilck met Wildzang, Paul Benoit met Ondine. Daarbij mogen de stuurlui en bemanning niet vergeten worden Paul Dobbels en Julien (Tjoepi) Papillon. De club groeide verder uit tot een competitieve zeilclub. In 1985 werd de Ryco, onder impuls van Robert Ouvry, als kleinste club, Kampioen van België.
Op 16 en 17 mei 1958 werden voor het eerst zeehengelwedstrijden gehouden door de Espadon Club de Belgique. Het was in den beginne een Brusselse club, met 25 gentlemen-vissers en een 5 tal jachten. Deze club had toen reeds een internationale allure.
De geschiedkundige informatie komt uit het boek "150 Jaar wedstrijdzeilen in Oostende" geschreven door onze ere-commodore Robert Ouvry

Sedert 1986 hangen er zwarte wolken boven Belgisch oudste jachtclub, de toekomst ziet er somber uit. Door vermindering van het aantal ligplaatsen en hinder van de groeiende handelshaven verlieten veel booteigenaars de Ryco. Onkosten aan het clubgebouw en verouderde natte infrastructuur lopen op. Te weinig inkomsten van de schaarse leden en bezoekers maken het voor het bestuur moeilijk de eindjes aan elkaar te knopen. Voor dezelfde reden is een rendabele uitbating van het restaurant als privéclub niet meer mogelijk. De onzekerheid of de Ryco door de uitbreiding van de handelshaven op deze locatie kan blijven is een belemmering om enkele nodige veranderingen uit te voeren. Regelmatig merk ik aanpassingen zowel in de voor- als achterhaven die meer dan waarschijnlijk zullen eindigen met een nieuwe zeesluis.
Wellicht wordt hierdoor het clubgebouw door de slopershamer tot puin herleid.
Enkele jaren geleden droomden wij van een nieuwe jachthaven aan de oostkant van de havengeul. Maar het bestuur is hiervoor geen vragende partij meer waardoor het voorziene budget van Openbare Werken voor andere realisaties gebruikt werd.

René “Were Weg” van Uden

Laatst bijgewerkt op ( maandag 22 februari 2016 )
 
< Vorige   Volgende >

Rene van Uden